Zoeken

Gebruik de zoekbalk:

Beweeglied +

Plusles. Een kort lesmoment met “Het Beweeglied van Kzing” en een aantal bewegingstussendoortjes over sport van YouTube.Het is goed te

Bellen, appen

Op deze pagina vind je een liedje over moderne communicatiemiddelen waarmee je met elkaar in verbinding kan blijven. Heel fijn

De vogeltjes

Dit is een gezellig winterliedje met bewegingen van Kzing, dat je ook heel goed in de Kersttijd kan zingen. De

Wat zijn podcasts? +

Plusles met een podcast over een podcast. Weet jij niet wat een podcast is? Dan moet je zéker luisteren naar

Onderzoeker

Een lied dat gaat over onderzoekend leren. Ook wetenschappers beginnen als ze jong zijn. Een onderzoekende houding is belangrijk. Als

Zin gekregen om je te abonneren? Klik op de knop:

 

Of klik op het plaatje voor nog wat meer informatie over een abonnement:

Geluidsdragers en hun geschiedenis

Een geluidsdrager is een apparaat waarop je muziek kan "bewaren". Een ander woord daarvoor is: vastleggen.
Een geluidsdrager is een apparaat waarop je muziek kan "bewaren". Een ander woord daarvoor is: vastleggen.

Mensen hebben altijd gezocht naar manieren om muziek vast te leggen. Er is een enorme ontwikkeling geweest op dat vlak. Het begon met de Mechanische geluidsdragers en later kwamen de elektronische geluidsdragers. Vervolgens ging men digitaal werken.  Een radio en tv zijn in die zin geen geluidsdragers. Het zijn wel apparaten waarop je geluid kan afspelen. Een platenspeler is ook geen geluidsdrager, maar de plaat zelf wel. In het digitale tijdperk is het onderscheid tussen media voor beeldopslag en geluidopslag aan het vervagen.

Voorbeelden van geluidsdragers zijn:

  • Wasrollen
  • Fonautografische cilinders
  • Grammofooncilinders
  • Grammofoonplaten
  • Magnetische draden
  • Magneetbanden
  • Videobanden
  • Cassettes
  • CD’s
  • DVD’s
  • Harde schijven
  • USB sticks waar MP3 bestanden opstaan
  • Tegenwoordig gaan beeldopslag en geluidsopslagvaak samen.

Mechanische geluidsdragers

Klik voor de informatie op “Speelwerken, de eerste geluidsdragers vanaf de 14e eeuw en nog steeds.”

Muziekmachines

Muziek kun je maken met muziekinstrumenten. Maar bij moderne muziekinstrumenten en geluidsdragers komt ook heel veel techniek kijken. Maak eens

1857-1860

In Frankrijk ontwikkelde Léon Scott de fonautograaf. De eerste opname van een stem die echt verstaanbaar was, is de gezongen versie van “Au clair de la lune”. Hij zong dat zelf op 9 april 1860. Het apparaat was goed bedacht. Papier met roet erop werd rond een cilinder gewikkeld. Het geluid werd er met een stift ingekrast. Hij kon het geluid wel opnemen, maar hij had nog geen apparaat om het af te spelen. Daardoor konden we deze opname pas in 2008 beluisteren! Dit is een weergave uit 2011.

Hoor hier hoe Au clair de la lune klonk. Verwacht geen goede kwaliteit. 😉

1886

Chichester Bell en Chalres Sumner Tainter krijgen het patet op een grafofoon. Het geluid wordt opgenomen op een cilinder met daaromheen was. Ze gebruiken een naald.

1877

Thomas Alva Edison ontwikkelt ook een fonograaf. Met zijn instrument kon er ook geluid worden afgespeeld. Hij wikkelde stannioolfolie rond een cilinder. Met een naald werden de geluidstrilligen in het folie gekrast.

Luister naar de stem van Edison die op zijn fonograaf Mary had a little lamb insprak.
Pianola met rol

1887

In dit jaar vraagt emile Berliner een patent aan op zijn “Gramophone”. Dat is het eerste apparaat dat lijkt op platenspelers. Hij bracht een mengsel van bijenwas en bezine-oplossing aan op een zinken plaat. Als het geluid wordt opgenomen, krast een naald de golven in de laag. De plaat wordt in een bad van chroom en azijn gedaan en zo worden de weggekraste plekken ingeëtst. Als je de plaat dan afspeelt is er een naald die opzij beweegt over de weg-geëtste plekken. Dan hoor je de muziek weer. 

1892

Berliner brengt grammofoonplaten van 12,5 cm (dat is 5 inch) op de markt. Iets later ook platen van 7 inch, 17,5 cm.

Luister naar een plaat op een Berliner grammofoon van 1899

1898

Vanaf dit moment tot ver in de jaren 50 van de 20e eeuw gebruikte men schellak om platen te maken. In hetzelfde jaar

1901

In 1901 brengt de victor Talking Machine Company een 10 inch grammofoonplaat op de markt en later een 12 inch plaat. Daarop werd vooral klassieke muziek uitgebracht. Er past maar 5 minuten muziek op.

Rond 1908

Het publiek vraagt om tweezijdig bespeelbare grammofoonplaten en die komen in dat jaar uit.

1912

Editson voelt de concurrentie en introduceert de “Blue Amberol”-cilinder. Dat is een verbeterde versie van de fonograaf, met een speeltijd van 4 minuten. Het wordt geen succes, dus Edison besluit geen cilinders meer te gebruiken, maar ook over te gaan op grammofoonplaten. Vooral als in 1918 het patent op de zijwaartse trilling over de plaat verloopt. Veel mensen gaan dan grammofoonplaten maken. Edison moet wel ophouden met de cilinderrollen.

Luister naar muziek op een Blue Amberrol

1923

Lee de Forest vraagt een patent aan voor een techniek om geluid aan een film toe te voegen. Hij maakt ook enekele korte speelfilms, om te experimenteren.

1925

De elektronica komt op. Ook muziekapparaten worden elektrisch opgenomen en afgespeeld. Men kiest ervoor om samen af te spreken hoe snel een langspeelplaat moet draaien. De standaard is nu: 78 toeren per minuut.

1927

De jazzsinger komt uit. Deze film wordt beschouwd als de eerste gesproken film. Eigenlijk zit het geluid niet in de film, maar staat het op een grammofoonplaat die tegelijk hoort te klinken met de filmbeelden. Soms ging dat niet helemaal goed. 

Luister naar een fragment uit de film de jazz singer, de die beschouwd wordt als de eerste echt gesproken film

1929

Edison stopt definitief met de productie van cilinderopnames.

1930

Naast de 78 toeren plaat, komt er eerst een langspeelplaat van 33 1/3 toeren per minuut, maar dat wordt niet verkocht. Het is te duur en het gaat niet goed met de economie. (Depressie van de jaren 30)

1948

In het jaar dat de bandrecorders op de markt komen in de V.S. introduceert Colubia records de 33 1/3 toeren langspeelplaat van vinyl op de markt.

1949

De grote 45 toeren single met een groot rond gat in het midden wordt geïntroduceerd. Deze kunnen in platenwisselaars gebruikt worden. Soms zijn de platen van polystreen.

Luister naar een jukebox uit 1954

1898

In dit jaar patenteert Poulsen de Telegrafoon. Een magnetische geluidsregistratie bedoeld om telefoongesprekken op te nemen. Er wordt een gemagnetiseerde draad voor gebruikt. Het klinkt nog naar niks. 

1931

Er wordt een prototype antwoordapparaat ontwikkeld door de firma Bell. Het Amerikaanse telefoonbedrijf verbiedt het in openbare telefoonlijnen in verband met de privacyregels. 

Luister naar de Poulsen Telegrafoon

1932

Men is al bezig met het ontwikkelen van de bandrecorder. BBC in Engeland maakt gebruik van een magnetische opname. Dit gebeurt tijdens een kerstuizending. Maar je hebt hier een enorme machine en een grote hoeveelheid vlijmscherp staalband voor nodig die personeel zou kunnen verwonden. Het wordt bediend met een afstandsbediening.  Men vindt het geen veilige uitvinding.

Papieren banden

Ook een uitvinding in 1935 met een papieren band en ook een uitvinding in 1943 met papieren banden (er vond een explosie plaats in een fabriek) mislukt. Omdat men merkt dat papier geen goed idee zoekt men naar andere oplossingen. Men kan het materiaal PVC hiervoor gebruiken.

1946

Een Amerikaanse majoor die technicus is neemt Duitse magnetofoons mee met banden en knutselt met toevoeging van Amerikaanse spullen samen met zijn partner een bandrecorder in elkaar. Hun bedrijfje heet Ampex. Bing Crosby is erg geïnteresserd, want het lijkt hem fijn als hij zijn radioshows van tevoren kan opnemen op deze Ampexbandrecorders.

1948

De eerste bandrecorders komen in de V.S. op de markt. In hetzelfde jaar dat Columbia de 33 1/3 toeren plaat op de markt brengt.

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

Elektronische geluidsdragers

1925: Door de komst van elektrische opname- en afspeelapparatuur, komt er ook een gestandaardiseerde omwentelsnelheid voor de grammofoonplaat: 78 toeren per minuut. Tot die tijd varieerde de snelheid per fabrikant tussen 60 en 80 toeren.

1928: Fritz Pfleumer krijgt patent op zijn uitvinding voor het gebruik van magnetisch poeder op papier. De rechten op dit octrooi zou later door AEG worden overgenomen.

1929: Edison staakt de productie van cilinderopnamen.

1930: RCA-Victor introduceert een langspeelplaat van vinyl op een snelheid van 33 1/3 toeren per minuut. Dit wordt echter een commerciële flop: de weinige platenspelers die deze platen kunnen afspelen zijn duur, en mogelijke klanten hebben nog altijd de hand op de knip vanwege de grote depressie.

1931: Bell Labs beschikt over een prototype van een staalbandrecorder als telefoon-antwoordapparaat. De machine is nooit in productie genomen omdat het Amerikaanse telefoonbedrijf “AT&T” het verbiedt om dergelijke apparaten te gebruiken op openbare telefoonlijnen.

1932: Tijdens de kerstuitzending maakt de Britse BBC als eerste ter wereld gebruik van een magnetische opname. Het is een enorme machine waarop een staalband wordt afgespeeld. De band van 3 mm breed en 0,08 mm dik, draait met een snelheid van 1,5 meter per seconde om de gewenste geluidskwaliteit te produceren. Voor een opname van een half uur is een band van 2,7 kilometer nodig, waardoor een spoel wel 25 kg weegt. In verband met de veiligheid, staat het apparaat in een afzonderlijke ruimte en wordt bediend via afstandsbediening. Het breken van de vlijmscherpe staalband zou door de hoge snelheid bij het personeel gemakkelijk ernstige verwondingen, of erger kunnen veroorzaken.

1935: Ontwikkelaars bij het Duitse AEG presenteren de “K1 magnetophon”, de eerste recorder die gebruikmaakt van een papieren band met een laag van ijzeroxide-poeder, die ontwikkeld is door BASF.

1943: Door een explosie als gevolg van een ongeluk in 1942 bij BASF in Ludwigshafen, gaat de hele productie-eenheid van de papieren geluidsband verloren. Hierdoor is men gedwongen snel te zoeken naar een alternatief en dat resulteert in pvc-band.

1946: De Amerikaanse majoor en technicus Jack Mullin weet twee buitgemaakte Duitse AEG K4 magnetophons in onderdelen mee naar San Francisco te nemen, samen met stapels BASF-banden. Samen met zijn partner Bill Palmer weet hij de recorders in elkaar te zetten, gedeeltelijk met Amerikaanse onderdelen. Zij gaan een samenwerking aan met het kleine elektronicabedrijfje Ampex. Via de omroep ABC raakt de entertainer Bing Crosby ook op de hoogte van het bestaan van deze machines. Hij ziet grote voordelen in het van tevoren opnemen van zijn radioshows, en investeert uit eigen zak de verdere ontwikkeling van deze Ampexbandrecorders.

1948: De eerste commerciële bandrecorder komt in de Verenigde Staten op de markt, de “Ampex 200”. In datzelfde jaar introduceert Columbia Records de 12 inch-vinyl langspeelplaat op 33 1/3 toeren.

1949: RCA-Victor introduceert de 18 cm grote 7 inchvinylsingle op 45 toeren. De single heeft een groot rond gat in het midden, zodat het in automatische platenwisselaars gebruikt kan worden. In de eerste jaren zijn sommige singles ook weleens gemaakt van polystyreen.

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

1932

Men is al bezig met het ontwikkelen van de bandrecorder. BBC in Engeland maakt gebruik van een magnetische opname. Dit gebeurt tijdens een kerstuizending. Maar je hebt hier een enorme machine en een grote hoeveelheid vlijmscherp staalband voor nodig die personeel zou kunnen verwonden. Het wordt bediend met een afstandsbediening.  Men vindt het geen veilige uitvinding.

Papieren banden

Ook een uitvinding in 1935 met een papieren band en ook een uitvinding in 1943 met papieren banden (er vond een explosie plaats in een fabriek) mislukt. Omdat men merkt dat papier geen goed idee zoekt men naar andere oplossingen. Men kan het materiaal PVC hiervoor gebruiken.

1946

Een Amerikaanse majoor die technicus is neemt Duitse magnetofoons mee met banden en knutselt met toevoeging van Amerikaanse spullen samen met zijn partner een bandrecorder in elkaar. Hun bedrijfje heet Ampex. Bing Crosby is erg geïnteresserd, want het lijkt hem fijn als hij zijn radioshows van tevoren kan opnemen op deze Ampexbandrecorders.

1948

De eerste bandrecorders komen in de V.S. op de markt. In hetzelfde jaar dat Columbia de 33 1/3 toeren plaat op de markt brengt.

 

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

Elektronische geluidsdragers

1925: Door de komst van elektrische opname- en afspeelapparatuur, komt er ook een gestandaardiseerde omwentelsnelheid voor de grammofoonplaat: 78 toeren per minuut. Tot die tijd varieerde de snelheid per fabrikant tussen 60 en 80 toeren.

1928: Fritz Pfleumer krijgt patent op zijn uitvinding voor het gebruik van magnetisch poeder op papier. De rechten op dit octrooi zou later door AEG worden overgenomen.

1929: Edison staakt de productie van cilinderopnamen.

1930: RCA-Victor introduceert een langspeelplaat van vinyl op een snelheid van 33 1/3 toeren per minuut. Dit wordt echter een commerciële flop: de weinige platenspelers die deze platen kunnen afspelen zijn duur, en mogelijke klanten hebben nog altijd de hand op de knip vanwege de grote depressie.

1931: Bell Labs beschikt over een prototype van een staalbandrecorder als telefoon-antwoordapparaat. De machine is nooit in productie genomen omdat het Amerikaanse telefoonbedrijf “AT&T” het verbiedt om dergelijke apparaten te gebruiken op openbare telefoonlijnen.

1932: Tijdens de kerstuitzending maakt de Britse BBC als eerste ter wereld gebruik van een magnetische opname. Het is een enorme machine waarop een staalband wordt afgespeeld. De band van 3 mm breed en 0,08 mm dik, draait met een snelheid van 1,5 meter per seconde om de gewenste geluidskwaliteit te produceren. Voor een opname van een half uur is een band van 2,7 kilometer nodig, waardoor een spoel wel 25 kg weegt. In verband met de veiligheid, staat het apparaat in een afzonderlijke ruimte en wordt bediend via afstandsbediening. Het breken van de vlijmscherpe staalband zou door de hoge snelheid bij het personeel gemakkelijk ernstige verwondingen, of erger kunnen veroorzaken.

1935: Ontwikkelaars bij het Duitse AEG presenteren de “K1 magnetophon”, de eerste recorder die gebruikmaakt van een papieren band met een laag van ijzeroxide-poeder, die ontwikkeld is door BASF.

1943: Door een explosie als gevolg van een ongeluk in 1942 bij BASF in Ludwigshafen, gaat de hele productie-eenheid van de papieren geluidsband verloren. Hierdoor is men gedwongen snel te zoeken naar een alternatief en dat resulteert in pvc-band.

1946: De Amerikaanse majoor en technicus Jack Mullin weet twee buitgemaakte Duitse AEG K4 magnetophons in onderdelen mee naar San Francisco te nemen, samen met stapels BASF-banden. Samen met zijn partner Bill Palmer weet hij de recorders in elkaar te zetten, gedeeltelijk met Amerikaanse onderdelen. Zij gaan een samenwerking aan met het kleine elektronicabedrijfje Ampex. Via de omroep ABC raakt de entertainer Bing Crosby ook op de hoogte van het bestaan van deze machines. Hij ziet grote voordelen in het van tevoren opnemen van zijn radioshows, en investeert uit eigen zak de verdere ontwikkeling van deze Ampexbandrecorders.

1948: De eerste commerciële bandrecorder komt in de Verenigde Staten op de markt, de “Ampex 200”. In datzelfde jaar introduceert Columbia Records de 12 inch-vinyl langspeelplaat op 33 1/3 toeren.

1949: RCA-Victor introduceert de 18 cm grote 7 inchvinylsingle op 45 toeren. De single heeft een groot rond gat in het midden, zodat het in automatische platenwisselaars gebruikt kan worden. In de eerste jaren zijn sommige singles ook weleens gemaakt van polystyreen.

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

1932

Men is al bezig met het ontwikkelen van de bandrecorder. BBC in Engeland maakt gebruik van een magnetische opname. Dit gebeurt tijdens een kerstuizending. Maar je hebt hier een enorme machine en een grote hoeveelheid vlijmscherp staalband voor nodig die personeel zou kunnen verwonden. Het wordt bediend met een afstandsbediening.  Men vindt het geen veilige uitvinding.

Papieren banden

Ook een uitvinding in 1935 met een papieren band en ook een uitvinding in 1943 met papieren banden (er vond een explosie plaats in een fabriek) mislukt. Omdat men merkt dat papier geen goed idee zoekt men naar andere oplossingen. Men kan het materiaal PVC hiervoor gebruiken.

1946

Een Amerikaanse majoor die technicus is neemt Duitse magnetofoons mee met banden en knutselt met toevoeging van Amerikaanse spullen samen met zijn partner een bandrecorder in elkaar. Hun bedrijfje heet Ampex. Bing Crosby is erg geïnteresserd, want het lijkt hem fijn als hij zijn radioshows van tevoren kan opnemen op deze Ampexbandrecorders.

1948

De eerste bandrecorders komen in de V.S. op de markt. In hetzelfde jaar dat Columbia de 33 1/3 toeren plaat op de markt brengt.

 

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

Elektronische geluidsdragers

1925: Door de komst van elektrische opname- en afspeelapparatuur, komt er ook een gestandaardiseerde omwentelsnelheid voor de grammofoonplaat: 78 toeren per minuut. Tot die tijd varieerde de snelheid per fabrikant tussen 60 en 80 toeren.

1928: Fritz Pfleumer krijgt patent op zijn uitvinding voor het gebruik van magnetisch poeder op papier. De rechten op dit octrooi zou later door AEG worden overgenomen.

1929: Edison staakt de productie van cilinderopnamen.

1930: RCA-Victor introduceert een langspeelplaat van vinyl op een snelheid van 33 1/3 toeren per minuut. Dit wordt echter een commerciële flop: de weinige platenspelers die deze platen kunnen afspelen zijn duur, en mogelijke klanten hebben nog altijd de hand op de knip vanwege de grote depressie.

1931: Bell Labs beschikt over een prototype van een staalbandrecorder als telefoon-antwoordapparaat. De machine is nooit in productie genomen omdat het Amerikaanse telefoonbedrijf “AT&T” het verbiedt om dergelijke apparaten te gebruiken op openbare telefoonlijnen.

1932: Tijdens de kerstuitzending maakt de Britse BBC als eerste ter wereld gebruik van een magnetische opname. Het is een enorme machine waarop een staalband wordt afgespeeld. De band van 3 mm breed en 0,08 mm dik, draait met een snelheid van 1,5 meter per seconde om de gewenste geluidskwaliteit te produceren. Voor een opname van een half uur is een band van 2,7 kilometer nodig, waardoor een spoel wel 25 kg weegt. In verband met de veiligheid, staat het apparaat in een afzonderlijke ruimte en wordt bediend via afstandsbediening. Het breken van de vlijmscherpe staalband zou door de hoge snelheid bij het personeel gemakkelijk ernstige verwondingen, of erger kunnen veroorzaken.

1935: Ontwikkelaars bij het Duitse AEG presenteren de “K1 magnetophon”, de eerste recorder die gebruikmaakt van een papieren band met een laag van ijzeroxide-poeder, die ontwikkeld is door BASF.

1943: Door een explosie als gevolg van een ongeluk in 1942 bij BASF in Ludwigshafen, gaat de hele productie-eenheid van de papieren geluidsband verloren. Hierdoor is men gedwongen snel te zoeken naar een alternatief en dat resulteert in pvc-band.

1946: De Amerikaanse majoor en technicus Jack Mullin weet twee buitgemaakte Duitse AEG K4 magnetophons in onderdelen mee naar San Francisco te nemen, samen met stapels BASF-banden. Samen met zijn partner Bill Palmer weet hij de recorders in elkaar te zetten, gedeeltelijk met Amerikaanse onderdelen. Zij gaan een samenwerking aan met het kleine elektronicabedrijfje Ampex. Via de omroep ABC raakt de entertainer Bing Crosby ook op de hoogte van het bestaan van deze machines. Hij ziet grote voordelen in het van tevoren opnemen van zijn radioshows, en investeert uit eigen zak de verdere ontwikkeling van deze Ampexbandrecorders.

1948: De eerste commerciële bandrecorder komt in de Verenigde Staten op de markt, de “Ampex 200”. In datzelfde jaar introduceert Columbia Records de 12 inch-vinyl langspeelplaat op 33 1/3 toeren.

1949: RCA-Victor introduceert de 18 cm grote 7 inchvinylsingle op 45 toeren. De single heeft een groot rond gat in het midden, zodat het in automatische platenwisselaars gebruikt kan worden. In de eerste jaren zijn sommige singles ook weleens gemaakt van polystyreen.

1950-1990

1959: In de Verenigde Staten wordt de NAB-cartridge ontwikkeld. Dit is een cassette die speciaal bedoeld is voor het afspelen van jingles en reclamespots in radio-uitzendingen. Het principe van deze cassette is gebaseerd op een band die in een eindeloze lus is opgewonden op een enkele haspel. Deze haspel is aan de bovenkant open, waardoor de band vanuit de binnenkant van de spoel via enkele geleiders langs de weergavekop wordt geleid om vervolgens aan de buitenkant van de spoel weer opgewikkeld te worden. De bandsnelheid is 19 cm/sec.

1963: Een opleving van de geluidsband: Philips introduceert in Europa de Compact cassette. De Verenigde Staten is een jaar later aan de beurt. De speelduur van de cassettes is 60 of 90 minuten, tot tweemaal zo lang als die van de lp. De cassette is in eerste instantie bedoeld voor spraakopnamen. Twee jaar later komen de eerste voorbespeelde muziekcassettes op de markt.

1964

De 8-sporencassete komt uit. Hier konden hele albums op worden afgespeeld. Kijk voor de technische details op Wikipedia. In Nederland werd het ding geen succes, maar in de V.W. wel

1976

De 12 inch single werd bedacht. Men noemde die ook wel de discosingle. hier kon een langere en vaak geremixte versie van de muziek die al op 7 inch slingle te krijgen was. Soms stonden er 2 of 3 korte stukken op.

1977

1977: In 1977 wordt de eerste PCM-adapter geïntroduceerd. Met dit apparaat wordt een analoog geluidssignaal gedigitaliseerd en daarna op een tv-signaal gemoduleerd, zodat dit signaal door een normale videorecorder opgenomen kan worden. Omgekeerd kan de videorecorder het signaal afspelen, waarna de PCM-adapter het converteert naar een analoog geluidssignaal. Daarmee is dit het eerste apparaat dat het consumenten mogelijk maakte muziek digitaal op te nemen en af te spelen.

1982

De Compact Disc, oftewel de CD. Dit was een uitvinding van Philis en Sony. De gegevens worden afgelezen, zonder direct contact met het afspeelmedium. Een laserstraal wordt afgebogen en er ontstaat een digitale formule met nullen en enen, die terugvertaald kunnen worden naar geluid. Er kon 45 tot 80 minuten muziek worden opgenomen. Deze platen hoefde je niet om te draaien.

1984: Philips wil zich midden jaren 80 afficheren als de uitvinder van de compact discs (wat niet helemaal waar is, omdat de nieuwe geluidsdrager samen met Sony is ontwikkeld). Daarom wordt in dit jaar een campagne gelanceerd om het cd-formaat en de cd-spelers van Philips te promoten. De elektronicafabrikant maakte daarvoor gebruik van het nieuwe album van Dire Straits, Brothers in Arms, omdat deze plaat de voordelen van de cd prima kan ondersteunen: een perfecte geluidskwaliteit en songs die een groot publiek zullen aanspreken. In dit jaar brengt Sony ook de eerste draagbare cd-speler uit onder de naam Discman.

1985

Hi-Fi VHS- videorecorden wordt uitgevonden.

1986

Op de Compact Dis kan je ook computergegevens en videogegevens opslaan.

1988

Philisp en Sony ontwikkelen een CD-WO (cd write once). Je kon er zelf eenmalige opnames op maken. Pas in 1992 werd dit commercieel aangeboden. 

1990-2000

1990: Sony brengt de MiniDisc (MD) uit. De MD lijkt op een computerdiskette, maar is kleiner van afmeting. Op deze schijfjes wordt het geluid oorspronkelijk gecomprimeerd volgens de ATRAC compressiemethode. MiniDisc beschikt over diverse montagemogelijkheden, zoals het verwijderen, verplaatsen, splitsen, plakken van geluidsfragementen of hele tracks. Daarbij beschikt het over de mogelijkheid om bij elke track een titel in te voeren, die op het display van de speler wordt getoond. Pas aan het einde van de jaren negentig krijgt MiniDisc enige bekendheid bij het publiek, toch blijft het grote succes uit. De MiniDisc werd lange tijd bij radiostations gebruikt voor het afspelen van jingles.

1994

CD-branders komen op de markt.

1995

Opneembare cd’s worden verkocht. Ze zijn eerst duur, maar worden steeds goedkoper. 

Er ontstaat een nieuwe techniek om muziek heel gecomprimeerd op te nemen: MPEG. Moving Pictures Expert Group.  Er kunnen nu wel 10

een organisatie die standaarden vastlegt voor het comprimeren van audio- en videobestanden. Afhankelijk van de gekozen compressiesterkte, kunnen met MP3, tot circa tien ongecomprimeerde audio-cd’s op één cd worden opgeslagen, waarbij de geluidskwaliteit op een acceptabel niveau blijft. Door de relatief kleine afmeting van de geluidsbestanden, is MP3 bijzonder geschikt voor het overdragen van muziek en geluid via internet.

1998: Het Zuid-Koreaanse bedrijf “SaeHan Information Systems” brengt de eerste mp3-speler op de markt. Het flashgeheugen kan 32Mb aan data bevatten.

1999: De Super audio cd (sacd) wordt gepresenteerd. Deze nieuwe generatie van audio Compact Discs kan 4,7 GB aan ongecomprimeerde data bevatten. Op een super audio-cd worden de data opgeslagen in het DSD (Direct Stream Digital)-formaat. Hierin worden de data niet gecomprimeerd, en maakt de Noise Shaping techniek een dynamisch bereik van 120 dB mogelijk, wat een grote verbetering betekent in de weergave van details. Daarnaast ondersteunt het DSD-formaat ook meersporenopnamen, zoals 5.1 surround sound. De sacd kent drie formaten:

  1. De enkellaags-sacd, met alleen het DSD-signaal, met plaats voor 4,7 GB aan gegevens,
  2. De dubbellaags-sacd, die logischerwijs meer data kan opslaan (ongeveer 8,5 GB),
  3. De hybride enkellaags-sacd, die naast het DSD-signaal ook een conventioneel PCM-signaal bevat. Hierdoor is deze schijf ook af te spelen in een conventionele cd-speler.

Diverse albums uit het verleden worden opnieuw gemixt, zodat zij op sacd-formaat uitgegeven kunnen worden. Een van de eerste albums die op sacd verscheen was The Dark Side Of The Moon van Pink Floyd. De reacties op het sacd-formaat zijn zeer positief. Vele bands zullen de komende jaren gebruikmaken van deze sacd, die men trouwens ook kan beveiligen tegen het kopiëren. Voor het afspelen en weergeven van de sacd is speciale apparatuur nodig; je kan de sacd meestal wel via een normale cd-speler afspelen, maar dan hoor je het specifieke sacd-geluid niet; soms is het echter niet mogelijk de sacd af te spelen op normale cd-apparatuur. Ook in de klassieke muziek wordt dit medium als ideaal beschouwd. De prijs is echter hoger dan die van de normale cd.

2000-heden

2000: Introductie van de USB-stick, waarbij de eerste uitvoering een geheugen van 8 MB bevat. De mp3-speler doet zijn intrede. Daarmee vervalt eigenlijk de geluidsdrager, omdat de muziek wordt opgeslagen in het apparaat zelf en niet op een aparte geluidsdrager.

2001: Apple brengt de eerste iPod mediaspeler op de markt. Deze hebben een harde schijf en kunnen veel meer opslaan dan de mp3-spelers van die tijd.

2006: Sony brengt het tot nu toe laatste minidiscapparaat uit.

2008: Sony en EMI kondigen aan in het komende jaar te stoppen met de productie van de cd-single.

De toekomst

Doordat de muziekindustrie laat heeft ingezien dat de toekomst van de geluidsdrager ligt in het downloaden of streaming beluisteren van muziek, heeft men in de laatste jaren een grote schade en achterstand opgelopen. Met name MP3-bestanden zijn volop te vinden op het internet. Naar verwachting zal in de komende jaren de fysieke geluidsdrager zoals we die nu kennen, verder verdrongen worden door deze online technieken.

Zwembad noedels, oftewel: pool noodles, zijn niet duur. Onder de € 5, kan je ze vinden. Je kan ze in je klaslokaal gebruiken. Knip ze doormidden, dan heb je stille "drumstokjes", of gebruik er één voor dit bewegingstussendoortje. Klik hier voor een voorbeeld.

Op Instagram zagen we een leuke oefening van Mürvet Ögretmen die als bewegingstussendoortje of als lesstarter gebruikt kan worden:

  • Neem een pool-noodle.
  • Zet een leuk muziekje aan (zoals Popcorn).
  • Ga voor je groep staan, achter een tafel.
  • Laat je noodle op de tafel rusten. Dat helpt je bij het laten maken van bewegingen van je pool-noodle.
  • Buig de noodle op de muziek in allerlei richtingen
  • Laat leerlingen bewegingen nadoen: 
    • buig dubbel= leerlingen buigen voorover
    • beweeg de noedel op en neer= leerlingen springen
    • beweeg de noedel in het midden= hoelahoepen
    • buig de noedel dubbel en laat hem lopen op “2 benen”
    • verzin zelf nog meer bewegingen

Je zou kunnen bewegen op een muzieje naar keuze. Kijk eens onder “muziek” voor versies van het nummer “Popcorn”.