Zoeken

Marsrap van piet of van de leerkracht +

Een oefenrap vers met voorzang door de leerkracht en met nazang van de leerlingen, die allemaal Pieten zijn. Rap is een goede manier om ritme en maat te leren aanvoelen.
 
  • Leerkracht:  Luister goed naar Sinterklaas!
  • Groep:         Luister goed naar Sinterklaas!
  • Leerkracht:  Piet die is vandaag de baas. 
  • Groep:         Piet die is vandaag de baas.

Iedereen: 

  • Doe mee met de hoofdpiet.
  • Doe mee met de hoofdpiet. 
  • Doe mee met de hoofdpiet.
  • Wat gaat het goed
 
  • Leerkracht:  Kijk wat er gebeuren moet.
  • Groep:         Kijk wat er gebeuren moet.
  • Leerkracht:  Doe precies na wat -ie doet.
  • Groep:         Doe precies na wat-ie doet!

Iedereen: 

  • Doe mee met de hoofdpiet.
  • Doe mee met de hoofdpiet. 
  • Doe mee met de hoofdpiet.
  • Wat gaat het goed

Als je het lied alleen wil zingen, kan je ook voor de snellere versie kiezen. Die staat alleen in een andere toonsoort, dus je kan dan niet meespelen met de boomwhackers of toetsen. 

je kan op dit plaatje klikken. Dan hoor je marsmuziek. Je zou dit heel zachtjes onder het opzeggen en marcheren aan kunnen zetten, zodat het gemakkelijker is om het goede tempo aan te houden. Maar als het in de weg zit, zet het dan lekker uit.

Een worksong in de vorm van een marsrap. 

Een worksong is een lied dat je onder een bepaald (ritmisch) werk zingt. Er wordt vaak gebruik gemaakt van voor- en nazang. Dat gebeurt ook bij een marsrap. 

Als soldaten marcheren, zeggen ze wel eens een soort rap op, om de moed erin te houden. De baas zegt de regel eerst en de soldaten moeten de regel nazeggen. 

Pieten moeten  ook heel goed samenwerken. Zij moeten doen wat Sinterklaas wil.

Daarom hebben wij een worksong gemaakt. Een mars, waarbij je om beurten zingt. 

  • Ze “marcheren” bouncend op de eigen plaats.
  • De leerkracht zingt alle roze regels.
  • De leerlingen zing/zeggen het op dezelfde toon na. (staat er in het blauw)

Het voor- en nazeggen, is een goede voorbereiding op het voelen van maat en op het leren rappen, waarbij je ook woorden op een beat zegt.

De leerkracht speelt Sinterklaas. Maar Sinterklaas houdt erg van samenwerken. Iedere keer geeft hij een andere Piet de opdracht om een danspas (een wiebel) te verzinnen.

  • Geef iedere leerling van te voren even tijd om na te denken welke pas hij of zij kan laten zien, wanneer zijn/haar naam genoemd wordt.
  • De leerlingen staan achter hun tafel of in de kring.

Als het géén Sinterklaas is: 

Je kan deze Mars-rap ook doen als het géén Sinterklaas is, maar dan pas je de tekst aan:
  • Leerkracht:  Meester baalt (of: juf die baalt) nou ja, helaas.
  • Groep:         Meester baalt (of: juf die baalt) nou ja, helaas.
  • Leerkracht:  Noemt een naam is vandaag de baas.
  • Groep:         Noemt zelfde naam is vandaag de baas.
  • Iedereen :    Kom op, wiebel, wiebel, wiebel, doe hem na.      4 keer herhalen. (Het ritme is heir een beetje anders) 
 
  • Leerkracht:  Kijk wat er gebeuren moet.
  • Groep:         Kijk wat er gebeuren moet.
  • Leerkracht:  Doe precies na wat -ie doet.
  • Groep:         Doe precies na wat-ie doet.
  • Iedereen:      Kom op, wiebel, wiebel, wiebel, doe hem na.      4 keer herhalen. (Het ritme is heir een beetje anders) 

Misschien kan je, als de groep deze oefening gewend is, samen andere gekke versjes verzinnen. Bijvoorbeeld:

  • Toetsen maken mij niet bang.
  • Ik ga lekker aan de gang.
  • Fouten maken hoort erbij.
  • Sowieso heel trots op mij.