Beeldgalerij van Tag, 19 oktober 2018

De voorstelling Tag werd gespeeld op 19 oktober 2018. Mensen waren onder de indruk van het spel van Club So van Kzing.

Hier vindt u foto's en videobeelden van "Tag."

In het kader van deze musical hebben wij met de groep een graffiti workshop gedaan, onder leiding van Alette Schaafsma en haar dochter Sanne. Het was geweldig om de creativiteit van onze jongeren te mogen meemaken! Hartelijk dank, Alette en Sanne!

Voor het fotomateriaal moet u helemaal naar beneden scrollen.

      • Als u doorscrollt, kunt u onder dit artikel de foto's van de voorstelling bekijken. Deze foto's zijn gemaakt door dhr. Erwin Leetink. Als u grote bestanden van deze foto's wil hebben, kunt u contact met hem opnemen door hem een privé bericht te sturen. Erwin Leetink.
      • U mag deze foto's gratis kopiëren voor eigen, niet commercieel, gebruik. In het kader van de privacy-wetgeving vragen we u deze foto's niet op Facebook te delen. U kunt ze natuurlijk wel via privé kanalen met familie en vrienden delen.

poster tagOm ons heen leven veel mensen. Zien we hen ook echt? "Hoe gaat het met je?", wordt er gevraagd en iedereen lijkt te verwachten dat je antwoordt met: "Goed hoor..." Maar met veel mensen en zeker ook met veel jongeren gaat het eigenlijk helemaal niet zo oké. Veel mensen hebben het gevoel dat ze het in hun eentje moeten redden.

Josy is zo'n persoon. Haar vader drinkt, haar moeder werd mishandeld en is weggegaan. Josy's vader had zijn dochter nooit geslagen, maar na het vertrek van zijn vrouw richt hij zijn agressie op Josy, die in zijn ogen niet wil deugen en teveel op haar moeder lijkt.

Die agressie neemt vaak nog toe als hij gedronken heeft. Zijn nieuwe vriendin wil Josy wel helpen, maar die staat dit niet toe, uit loyaliteit naar haar moeder.

"Tag" is een heftige musical, hoewel de scènes waarin daadwerkelijk wordt mishandeld zich in het donker afspelen. Het is alsof het publiek, net als de buren, alles van achter een muur hoort. Dat is een metafoor voor het gegeven dat wij nooit precies weten wat er zich afspeelt in gezinnen waar deze problematiek speelt.

tagJosy heeft één uitlaatklep:  ze maakt Street art. Soms gaat ze ’s nachts op pad om haar tag, haar handtekening, te zetten; een emoticon met een sippe mond, de ogen bedekt door een bord waarop staat: “Slapped.” Zo spreekt Tag aan de wereld uit dat zij geslagen wordt en beroofd van het gezicht dat ze aan de wereld wil laten zien. Ze doet dit anoniem, zoals veel graffiti artiesten. Je wil natuurlijk niet “gepakt en gezien worden.” En dat, terwijl je eigenlijk je best doet om gehoord en gezien te worden.In de buitenwereld zijn er veel mensen die Josy buitensluiten, zoals haar klasgenoten. Zij geven haar het label (tag) : gek en onaangepast. Uiteraard zijn er ook goedwillende mensen, die contact met Josy willen leggen, zoals buren en docenten maar dat vertrouwt Josy niet zo erg. De hulp van jeugdzorg komt voor Josy te laat, doordat de administratieve molens traag malen en doordat er (overigens terecht) een strenge regelgeving is.

De graffiti crew bestaat uit mensen die allemaal een stapje uit de samenleving hebben gedaan, omdat zij zich niet gehoord voelen. Het zijn vrije, artistieke geesten, die hun stem laten horen in het graffiti en street art work. Maar ook deze samenleving zit vol met regels. De belangrijkste is dat je niet over het werk van een ander heen schrijft, of het inlijft in jouw werk. Dat werk is immers een manier om te laten zien dat je er bent. Niemand wil worden uitgeveegd!


Josy vertrouwt de crew ook niet zoveel toe. Het advies van Queen om zich te verzetten tegen haar lot, neemt ze wel ter harte. Na de laatste klap, pakt Josy haar koffer en opeens is ze verdwenen. Niemand weet waar ze naar toe is. Ze heeft zich wel uitgesproken, want haar laatste tag is een verdrietige emoticon, maar nu staat er boven. Josy, slapped by her dad.

Maar wat doet de wereld met dit signaal? Haar “vrienden” durven dit niet te melden bij de politie, omdat ze bang zijn voor hun eigen hachje. En de rest van de wereld, in de vorm van de schoonmakers, veegt haar noodkreet uit. Maar als alle tags weer opduiken in het donker, moeten we ons realiseren dat die noodkreten er nog steeds zijn en overal opduiken."Tag" is een metafoor en vraagt aandacht voor alle mensen die zelf hebben gekozen om zich niet aan te passen aan de wereld, of van wie de wereld vindt dat zij er niet bij passen. Iedereen heeft immers het recht om er te zijn!

In een beschaafde wereld, met een menselijk gezicht, moeten wij ons afvragen waaróm sommige mensen zich niet willen aanpassen aan de regels van de samenleving. We zouden naar hen moeten luisteren en hun signalen lezen. Er is immers altijd een andere kant aan een verhaal. Die kant moeten wij willen horen, zien, verstaan, begrijpen en er naar handelen. Je er “niet mee bemoeien..” is wat mij betreft not done!

Ellis, oktober 2017

Over Revue 5: Dansen in het openbaar

Over dansen in het openbaar in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Iedereen kent het Amsterdam Dance Event. Maar er was een tijd dat het niet zo gewoon was om los te gaan op de dansvloer. Tot 1924 was het verboden om in het openbaar te dansen. Er werden geen “dansvergunningen” verstrekt. Burgemeester De Vlugt (1872-1945) vond, net als zijn calivinistische voorgangers, dansen onzedelijk en schadelijk voor de gezondheid.

Ook na 1924 vond men dansen in het algemeen nog ordinair en men vond dansgelegenheden broeinesten van criminaliteit en prostitutie. Als je man er naartoe ging, werd je gezin bedreigd. Toch waren er altijd mensen die het leuk vonden om te gaan dansen. Vaak werd er gedanst op de muziek van een groot orgel, een dansorgel. Deze orgels stonden in een grote zaal. Soms een zaal van een café. Maar soms stonden ze ook in een tent op een kermis. Vanaf 1850 zag je dit soort orgels al. Rond 1890 draaiden ze op gas en later op elektriciteit. Ze zijn een tijdje verdwenen, maar nu worden ze soms weer hersteld en in gebruik genomen. Hieronder krijg je daar een indruk van.  

In de jaren twintig van de vorige eeuw waren er dus geen dancings. Daarom dansten mensen in concertzaaltjes, cabarets en kroegjes, of in filmpaleizen zoals Tuschinski. Deze filmpaleizen ontstonden vanaf 1920.

In 1922 startte zakenman Dirk Reese een grote muziekzaal, slash variététheater. Twee orkesten wisselden elkaar af. Er was van alles te beleven. Als je wilde, speelde iemand viool aan je tafeltje. Ook demonstreerden professionele dansparen de allernieuwste dansen. Het publiek mocht nog steeds niet meedansen.

De van origine Rotterdamse Dirk Reese voerde in zijn theater een revue op: “Amsterdam wil dansen!” De politiek ging er heel lang over discussieren, maar in april 1924 was het zover. De eerste dansvergunningen werden verleend. Bijvoorbeeld aan Krasnapolsky (zie mijn verhaal), dat de grootste dansvloer had. Hier konden 25 tot 40 paren op dansen. Eind 1924 maakte men een nog grotere vloer, in een overdekte wintertuin. De architect Kuipers besteedde veel aandacht aan de verlichting, die heel romantisch was.  Het onderstaande filmpje laat zien dat de locatie nog steeds druk gebruikt wordt.

Als u meer te weten wil komen over de historische achtergronden van dit verhaal, kunt u de onderstaande achtergrondartikelen lezen. Er is dankbaar gebruik gemaakt van allerlei informatie uit allerlei bronnen. Het internet is hierbij veel geraadpleegd. Ook is er gebruik gemaakt van Hoornse bronnen, zoals De beeldbank van Oud Hoorn, de website van Vereniging Oud Hoorn, Het boek 1852-2004 het park, anderhalve eeuw aan de Westerdijk (Arie van Zoonen) en het boek Kom vrouwen, aangepakt! (Bart Lankester)

 

Over Revue 4: De Charleston

Over “De Charleston”

De Charleston is een dans die in de jaren twintig van de vorige eeuw gedanst werd, een soort voorloper van de rock and roll dans. Het is een swingende dansstijl die lijkt op de Lindy Hop. Alleen dans je de Charleston heel strak rechtop. De dans is ook wat minder acrobatisch dan de Lindy Hop. Men vermoedt dat de danspasjes óf uit de Kaapverdische eilanden in Afrika komen, óf (en dat wordt vaker aangenomen) afkomstig zijn van Afro-Amerikaanse havenarbeiders die dichtbij Charleston South Caroline leefden. Waarschijnlijk vertrokken die naar New York en werd de dans daarom daar zo populair.

In 1922 werd de dans in het theater geïntroduceerd. Een jonge Afro-Amerikaan danste toen de Charleston en het was meteen een hit. Het was eigenlijk een echte gezelschapsdans die in het uitgaansleven moest worden gedanst. Maar in die tijd was dansen in een uitgaansgelegenheid helemaal niet normaal. Zeker in Nederland niet, omdat men daar vaak streng Calvinistisch was. Burgemeester de Vlugt uit Amsterdam verbood het ook. Ouders vonden het niet netjes omdat voor het eerst de heupen en billen gebruikt werden bij het dansen. In Londen stond in de krang dat deze dans "abnormaal, gedegenereerd en negroïde"was. Dokters waarshuwden ertegen. Door de schokkende bewegingen zouden het hart en andere organen van hun plaats kunnen raken. Ook zouden de enkels permanent verdraaid kunnen worden. Maar toch bleef iedereen de dans dansen, zeker toen Josephine Baker hem in de Folies Bergère danste in Parijs.

Heel Amerika en Europa danste de Charleston. Maar Engelse ballroom-dansleraren zorgden ervoor dat de dans netter werd. Ze maakten voorgeschreven pasjes, die best wel netjes waren. Uiteindelijk was het wilde er wel een beetje af.

Vrouwen die de Charleston dansten, werden "Flappers" genoemd, omdat ze hun armen tijdens het dansen heen en weer lieten wapperen als vogels. In het hoofdstukje "mode" kun je lezen wat een Flapper voor kleding droeg.

Als u meer te weten wil komen over de historische achtergronden van dit verhaal, kunt u de onderstaande achtergrondartikelen lezen. Er is dankbaar gebruik gemaakt van allerlei informatie uit allerlei bronnen. Het internet is hierbij veel geraadpleegd. Ook is er gebruik gemaakt van Hoornse bronnen, zoals De beeldbank van Oud Hoorn, de website van Vereniging Oud Hoorn, Het boek 1852-2004 het park, anderhalve eeuw aan de Westerdijk (Arie van Zoonen) en het boek Kom vrouwen, aangepakt! (Bart Lankester)

Over Revue 3: Theaterleven Hoorn

Een stukje geschiedenis van het theaterleven in Hoorn

Eerst was Hoorn op het gebied van de podiumkunsten afhankelijk van rondreizende gezelschappen. Die speelden in een tent die ze zelf meebrachten. Dat gebeurde tijdens de kermis op het Doelenplein, de Rode Steen of de Ramen.

In 1839 startte Lodewijk Dankelman een koffiehuis in Hoorn. Hij deed dit in zijn woning aan het Achterom. Achter zijn huis liep een lange tuin, tot aan de Westerdijk. Daar bouwde hij in 1852 een kolfbaan. Hij maakte het pand ook geschikt om er toneeluitvoeringen op te voeren. Iedereen noemde deze gelegenheid "het Park".

In 1871 werd er in het toenmalige “Het Park” een Vereniging opgericht. Het was de “Vereeniging voor Volksvermaken.” Die vereniging had als doel niet alleen maar pret maken. Men wilde ook belangrijke gebeurtenissen illustreren. Zo was er in 1884 bijvoorbeeld een onderwijzer, dhr. Bakker van de school voor kosteloos onderwijs in de Muntstraat, die voorstelde om in 1887 de 300e geboortedag van Coen echt te vieren. Jaren later heb ik mij als theatermaker ook weer met Coen beziggehouden, maar wel op andere manieren. In het lied "Hoorn biedt meer!", rondom het bestaan van Hoorn vraag ik om een ander beeld naast het beeld van Coen te zetten. Een beeld dat goed laat zien dat wij het nu heel anders doen. Ook in mijn musical "Stadsbeeld", die over Hoorn in de tijd van de V.O.C gaat en over het Hoorn van nu, besteed ik aandacht aan Coen. Ook ik probeer in mijn theaterstukken dus niet alleen maar “pret te maken.” Ook ik wil “dingen illustreren.” Hiermee sluit ik dus aan bij de theatercultuur van Hoorn. 

In 1876 werd er een speciale Parkzaal (zoals veel oudere Horinezen de Parkschouwburg nu nog noemen) gebouwd aan het Achterom. Hier vonden ook bijeenkomsten plaats van de Zaadvereniging. Dit heb ik laten terugkomen in "Revue, revue, revue!"

In 1969 werd een echte schouwburg gebouwd aan de Westerdijk. Die was lang in gebruik en er werden prachtige voorstellingen gegeven. Ik kan mij nog herinneren dat wij daar als basisschoolkinderen gingen kijken bij de opening. Ook heb ik hier uitvoeringen van het Scapino ballet gezien, als kind. Die maakten dat ik mij aangetrokken voelde tot het theaterleven, hoewel ik zelf eigenlijk nogal burgerlijk ben. Ik ben eigenlijk een mengelmoes van tante Bep en Trees. 

In 1996 besloot men dat dit gebouw niet meer voldeed. Er kwamen andere soorten theater die om een ander soort gebouw vroegen.  In 2000 startte men met de bouw van een nieuw theater, nadat er een architectuur wedstrijd was uitgeschreven. De winnaar mocht zijn ontwerp laten bouwen.  Toen het hoogste punt bereikt werd, stortte de toneeltoren in aanbouw helemaal in, door slecht weer en een slechte constructie. Gelukkig vielen er geen slachtoffers, want het gebeurde ’s nachts. In juni 2004 werd dan toch eindelijk de nieuwe schouwburg Het Park officieel geopend door koningin Beatrix. Dat was het jaar waarin Kids on Stage werd opgericht.

Als u meer te weten wil komen over de historische achtergronden van dit verhaal, kunt u de onderstaande achtergrondartikelen lezen. Er is dankbaar gebruik gemaakt van allerlei informatie uit allerlei bronnen. Het internet is hierbij veel geraadpleegd. Ook is er gebruik gemaakt van Hoornse bronnen, zoals De beeldbank van Oud Hoorn, de website van Vereniging Oud Hoorn, Het boek 1852-2004 het park, anderhalve eeuw aan de Westerdijk (Arie van Zoonen) en het boek Kom vrouwen, aangepakt! (Bart Lankester)

Over Revue 2: Wat is een revue?

Het fenomeen: Revue

In de tijd tussen de twee wereldoorlogen was er een opbloei van een vorm van amusementstheater dat  “De Revue” heette. Het bestaat uit grote dans- zang- en variété-acts. Ook zijn er luchtige, komische sketches. Dit soort theater was aan het einde van de negentiende eeuw ontstaan in Frankrijk en overal heel populair geworden.  

In 1922 werd de Bouwmeester Revue opgericht door Louis Bouwmeester junior. (1884-1931).  Na zijn dood werd het gezelschap overgenomen door zijn vrouw, Louise Bouwmeester-Sandbergen. Dit revuegezelschap was heel beroemd, want er werd veel geld besteed aan de shows. Er waren dure decors en kostuums en er werden beroemde buitenlandse balletgroepen aangetrokken, om in de revue op te treden. Het was een enorm succes bij het publiek. Deze dame his één van de inspiratiebronnen geweest voor het personage tante Bep. Haar karakter heb ik zelf helemaal verzonnen. 

Ook in Hoorn leefde “De Revue.” Daarbij moeten we denken aan een belangrijke persoon in onze stad, die zijn naam heeft achtergelaten in een aantal panden dat hij later kocht. Je kent ze wel: “De Ridderikhoff panden”, die horen tot de oudste monumenten in Hoorn. In die tijd kon er zich in Hoorn en omgeving namelijk vrijwel geen toneel- of muziekvoorstelling plaatsvinden zonder dat dhr. Johan Ridderikhoff (Jo Ridderikhof) eraan te pas kwam. Van 1921 tot 1936 organiseerde hij elk jaar een revue. Die werden uitgevoerd door het “Hoornsch Revue-Gezelsschap.” Deze naam heb ik dus schaamteloos “gepikt.”, maar dat wil niet zeggen dat het Hoornse Revuegezelschap uit mijn verhaal één op één gelijk is aan dit gezelschap.   De crisis en de oorlog maakten een eind aan de grote voorstellingen.

In 1927, één jaar voor mijn verhaal, trouwde Jo Ridderikhoff met Guurtje Rond. Hij had contact met Jan Wilson. Die had in 1912 tijdens een kostuumveiling 100 kostuums aangekocht. Dat vond Jo Ridderikhoff gewelding. Hij hielp Jan Wilson vaak in een pand aan de Kerksteeg. In 1924 kreeg hij de kans om de zaak over te nemen en dat deed hij met enthousiasme. In 1928 kocht hij ook de kostuums van de Revue Henri ter Hall, omdat dat gezelschap ter ziele was gegaan. Voor vijf gulden moest meneer Ridderikhoff per spoor of met paard en wagen naar veel gezelschappen, rond 1915. 

Jarenlang was meneer Ridderikhoff degene in Hoorn waar je naartoe moest gaan voor goede kostuums, grime etc. Deze man heeft een grote rol gespeeld in het theaterleven en ook zeker in het amateur-theaterleven van Hoorn. Niet alleen als costumier, grimeur, regisseer, maar  ook omdat hij één van de mede initiatiefnemers van de bouw van de oude Park Schouwburg was.  

Als u meer te weten wil komen over de historische achtergronden van dit verhaal, kunt u de onderstaande achtergrondartikelen lezen. Er is dankbaar gebruik gemaakt van allerlei informatie uit allerlei bronnen. Het internet is hierbij veel geraadpleegd. Ook is er gebruik gemaakt van Hoornse bronnen, zoals De beeldbank van Oud Hoorn, de website van Vereniging Oud Hoorn, Het boek 1852-2004 het park, anderhalve eeuw aan de Westerdijk (Arie van Zoonen) en het boek Kom vrouwen, aangepakt! (Bart Lankester)

Over Revue 1: Het verhaal en de achtergrond

Na een geweldige uitvoering van "Tag", een musical over ongeziene kinderen en kindermishandeling, brengt Club So oktober/november 2019 de musical "Revue, revue, revue!" op de planken. Meedoen? Stuur een mail naar info@kzing.nl

 

De musical "Revue, revue, revue!" is een mengelmoes van fictie en realiteit. 

 

Het verhaal van deze musical speelt zich af in Hoorn rond 1928. Deze musical kijkt terug (dat is overigens de letterlijke betekenis van het woord revue) op de Hoornse (theater) geschiedenis.

 

Er wordt aandacht besteed aan het bestaan van de revue in Hoorn, de plaats die schouwburgen, danszalen en bioscopen innamen in het leven, maar ook aan de opkomst van het socialisme. Tegen de achtergrond van deze periode, schetst Ellis een verzonnen verhaal. Er komen bekende namen voorbij, maar de personages in de musical zijn verzonnen. 

 

De musical maakt ook deel uit van de geschiedenis van Kzing, want het was één van de eerste musicals die Ellis op de planken bracht als professioneel theatermaker. In de musical zit ook het allereerste echte musicalliedje dat zij ooit schreef toen zij 16 jaar was.Het schooljaar 2018-2019 is een goed moment om terug te blikken, omdat Ellis dit schooljaar 15 jaar officieel (geëngageerd) theatermaker is.

 

Wij zijn dankbaar voor de support van Stichting Acting4kids en de Gemeente Hoorn voor hun ondersteuning. 
 

Het verhaal van Revue, revue, revue!

Het is 1928. Tante Bep is de eigenaresse van een Revuegezelschap in Hoorn. “De Hoornse revue.” Dit gezelschap speelt al jaren in de Hoornse Parkzalen. (Tante Bep heeft niet bestaan. Er heeft wel een Hoorns Revuegezelschap bestaan, waar de Hoornse meneer, Johan Ridderikhoff, veel voor heeft betekend.)

Bep is als jong volwassene weggelopen uit een gegoed burger milieu, om samen met haar overleden echtgenoot dit gezelschap te beginnen. Na zijn dood heeft zij het voortgezet. Ze wordt hierin ondersteund door haar neef César, de artistiek leider van het gezelschap en Jan. Jan is de zoon van de toneelknecht van het Park, ome Dirk. Jan doet de boekhouding voor het revuegezelschap.

Tante Bep en ome Dirk kennen elkaar al jaren, doordat de Hoornse revue al jaren optreedt in de Parkzaal. Daardoor kennen Trees (de dochter van tante Bep) en Jan (de zoon van ome Dirk) elkaar ook al jaren.

Trees is verliefd op Jan. Jan heeft  dezelfde gevoelens voor Trees, maar wil dit niet toegeven. Hij laat zich  tegenhouden door het standsverschil. Tante Bep kwam immers van oorsprong uit een rijker milieu en Trees is dus ook rijker dan hij.

Maar de belangrijkste reden is dat hij Trees niet bij het theater wil weghalen. Door de slechte economische tijden en de opkomst van de danshallen en cinema’s (In Hoorn ging dat onder andere om het Wilson theater), wordt tante Bep namelijk haast gedwongen haar gezelschap inclusief de kostuums en alle andere bezittingen te verkopen, tenzij haar dochter Trees de onderneming over wil nemen.

Tante Bep wil niet dat haar Vrolijke jonge bende op straat komt te staan, maar ze wordt ook al een dagje ouder. Ze kan de stress niet aan en legt nogal druk op Trees om in haar voetsporen te treden.

Trees heeft daar  helemaal geen zin in. Zij lijkt meer op haar oma, een burgerdame.

 

Jan ziet het  theaterleven ook niet zitten. Hij wil actief worden in de G.R.V.I. Die afkorting staat voor: Gelijke Rechten Voor Iedereen. Dit is in de musical een (fictieve) nieuw opgerichte politieke partij, die uitdraagt dat het belangrijk is dat iedereen kansen krijgt in de maatschappij. Dat gedachtegoed wordt gedeeld door mensen uit veel hedendaagse politieke partijen. In het verhaal wordt Jan  geïnspireerd  door het gedachtegoed van de Hoornse socialiste en feministe Trien de Haan.

Trees deelt zijn idealisme, als ze ziet hoe moeilijk sommige arme mensen het hebben.

Ook de artistieke koers van het theater ligt onder vuur. Een nieuwe lichting theatermakers wil een andere richting inslaan: politiek theater. De oude garde wil de revue vrolijk en luchtig houden. De oeroude vraag of kunst er alleen maar moet zijn ter vermaak, of ook een opvoedende functie heeft, hoort bij de Hoornse theatertraditie.  Al in 1871 werd er in "Het Park" een vereniging opgericht (Vereeniging voor Volksvermaken) die ten doel had niet alleen maar pret te maken, maar ook belangrijke gebeurtenissen te illustreren. Kzing sluit bewust aan bij die Hoornse traditie!

 

Maar hoe loopt het verhaal nou af? 

Mag Wim Kannie aan politiek theater gaan doen?

Zullen Trees en Jan een paar worden?

Hoe gaat het met de nieuwe politieke gedachte: Gelijke rechten voor iedereen?

Zal Sjaantje aan de film gaan?

Wordt het wat met Trudel en haar matroos?

Zal het theater gered worden?

Als u antwoorden wil krijgen op deze vragen moet u oktober 2019  komen kijken naar Revue, revue, revue!

Als u meer te weten wil komen over de historische achtergronden van dit verhaal, kunt u de onderstaande achtergrondartikelen lezen. Ellis heeft bij het verzamelen van de informatie dankbaar gebruik gemaakt van allerlei bronnen. Het internet is hierbij veel geraadpleegd.  YouTube bewees wederom van onschatbare waarde te zijn. Ook is er gebruik gemaakt van Hoornse bronnen, zoals De beeldbank van Oud Hoorn, de website van Vereniging Oud Hoorn, Het boek 1852-2004 het park, anderhalve eeuw aan de Westerdijk (Arie van Zoonen) en het boek Kom vrouwen, aangepakt! (Bart Lankester)

Beeldmateriaal van shows

Als u kijkt bij de Fotoalbums van Kzing op Facebook, vindt u daar nog veel meer fotomateriaal. Onder andere van workshops en uitjes.

Op ons YouTube kanaal Kzing mee kunt u nog wat meer videomateriaal vinden

De meeste foto's die u hier vindt, zijn gemaakt door Erwin Leetink. U mag de foto's gratis downloaden, maar uiteraard alleen voor privé gebruik en niet voor commercieel gebruik. Als u grotere bestanden wil hebben van foto's, kunt u contact opnemen met Erwin. Zou u de foto's niet publiekelijk op Facebook of andere social media willen posten? Dit in het kader van de privacywetgeving.

 

 

 

 

 

 

Over Revue 9: Aandachtspunten en verantwoording

Achtergrond van de musical "Revue, revue, revue!"

Als inwoner van Hoorn is het verhaal van Ellis Castenmiller-Westheim en haar theaterrealiteit erg verweven met het verhaal van het theaterleven in Hoorn. Ook zij wil in haar theaterstukken niet alleen maar “pret maken”, maar ook maatschappelijke zaken illustreren. Daarmee sluit zij aan bij het gedachtegoed van de  toenmalige Hoornse Vereniging Voor Volkskunsten, die misschien wel helemaal aan het begin van ons Hoornse theaterleven heeft gestaan.

Onze realiteit vindt zijn wortels in het verleden en de koers die wij nu kiezen heeft op zijn beurt weer consequenties voor de toekomst.

In dit verhaal worden realiteit en fictie erg vriendschappelijk en heel vrij gemengd. Zo vrij, dat de auteur/componist er bij iedereen op wil aandringen dat het verhaal wél als fictie beschouwd moet worden.

In deze "Revue" verwijst Ellis naar verschillende zaken, die hieronder staan beschreven.

Een rijk theaterleven in Hoorn

Er wordt onder andere verwezen naar het van oorsprong al rijke theaterleven in Hoorn waar onder andere meneer Ridderikhoff en dhr. Wilson een hommage voor verdienen. Ook vandaag de dag zijn er in Hoorn nog talloze gezelschappen, speelgelegenheden en is er voor elke theaterminner wat wils in Hoorn. Kzing hoopt dat dit zo mag blijven en roept de politiek op goed te blijven investeren in ons culturele leven. Beschaving en kunst hebben invloed op elkaar.

 

Jubileum van de Hoornse Parkschouwburg.

De allernieuwste Hoornse Park schouwburg bestaat dit jaar 15 jaar. Het Park is in een koffiehuis begonnen en ook de bioscopen zijn begonnen en geëindigd als koffiehuizen.

Ook Kzing oefent en speelt in een “koffiehuis”, namelijk “Wijkcentrum Kersenboogerd en Wijkcentrum de Huesmolen.” Het is ook niet zo gek dat amateurtheater in dit soort gelegenheden op de planken gebracht wordt.

 

Het sociale gezicht van Hoorn

Hier besteedt Ellis aandacht aan in de musical door middel van verwijzingen naar de opkomst van het socialisme in de jaren 20. Er wordt licht verwezen naar de vrijdenkende Hoornse socialiste en strijder voor gelijkheid van vrouwen: Trien de Haan.

Er wordt wel een metafoor gebruikt, omdat Kzing alleen wil aanzetten tot nadenken en uiteraard niet één bepaalde politieke richting wil propageren bij leerlingen en publiek.

De politieke partij in opkomst heet in de musical G.R.V.I., dat staat voor Gelijke rechten voor iedereen. Vrijwel iedereen kan zich vinden in het  gedachtegoed dat mensen die minder te besteden hebben, niet langs de kant moeten blijven staan maar deel moeten kunnen nemen aan de maatschappij. Deze mening wordt uiteraard gedeeld door meerdere politieke partijen.

 

De algemene geschiedkundige en politieke ontwikkelingen in ons land in de tijd tussen de twee wereldoorlogen.

Het verhaal speelt zich af in het interbellum; de tijd tussen de twee wereldoorlogen. Een tijd die economisch en politiek gezien niet gemakkelijk was. Toen Ellis het lied “Je kunt niet altijd zeggen wat je denkt” schreef (zo’n 15 jaar geleden) wist zij niet hoe actueel dit thema de jaren erna zou worden.

Het personage Wim Kannie wil graag het episch theater in de revue introduceren. Hij wil daarmee aansluiten bij Bertold Brecht (1898-1956) Ellis is een bewonderaar van zijn Dreigroschenoper.  Het doel van deze theatervorm is dat men het publiek aan het denken wil zetten, vaak over menselijke en maatschappelijke verhoudingen. Dat deelt Ellis met Wim Kannie en Bertold Brecht.

Brecht vindt dat mensen de maatschappij zelf maken en zelf ook als enige de maatschappij kunnen veranderen. Mensen bepalen daarmee zelf hun geschiedenis. Brecht wil vragen stellen bij gebeurtenissen, op theatraal en maatschappelijk vlak. Ook Ellis gaat graag in op de ontwikkelingen rondom het theaterleven en het dagelijks leven in Nederland. In deze musical wordt ook aandacht besteed aan de veranderende moraal ten aanzien van de rol van de vrouw in de samenleving, de veranderende sexuele moraal. Je merkt ook hoe dit samenhangt met de opkomst van danshallen en bioscopen en de rol die filmsterren in ons leven spelen.

Zo vloeien in deze musical "Revue, revue, revue!" het echte leven en het theaterleven op heel veel manieren samen. Het resultaat is een vrolijk verhaal dat goed afloopt. En daar houdt Ellis het allermeeste van, want het echte leven is vaak al naar genoeg!

 

Over Revue 8: Nederland in de jaren 20

Nederland was begin jaren 20 van de vorige eeuw nog een lief, conservatief land.

De komst van de film veranderde veel voor Nederland.

Charlie Chaplin was overal populair.

Toen Josephine Baker rond 1928 naar Nederland kwam, was dat een gebeurtenis waar aandacht aan besteed moest worden.

In 1928 werden in Amsterdam ook de Olypische spelen gehouden. In onderstaand beeldje zie je wat top wielrenners die mee wilden doen met de Olympiade.

Hier een beeld van de olympische spelen in Amsterdam: